12 april 2026

Etienne Joseph Fontaine, houtdraaier in Felleries 1751-1833 (Etienne Joseph Fontaine, tourneur sur bois à Felleries 1751-1833)

 


Etienne Joseph Fontaine, mijn voorvader in de zevende generatie werd op 14 mei 1751 geboren in Felleries, Noord-Frankrijk, dat jaar een dorpje met 893 inwoners.

Hij wordt houtdraaier, een eeuwenoud beroep oorspronkelijk door de Egyptenaren uitgevonden. Het beroep bestaat erin om uit blokken hout allerlei ronde voorwerpen te maken zoals tafelpoten, kommen, ornamenten, kandelaars, onderdelen voor bijvoorbeeld spinnewielen.

 

Het moet geen licht werk geweest zijn, de automatisatie van dit beroep kwam er maar tegen het einde van zijn loopbaan. Etienne Joseph moest het doen met een constructie van ijzeren pedalen, zware balken en soms lange koorden. Meestal werd samengewerkt met een andere ambachtsman zoals een meubelmaker, brillen, kaarsenmaker, sporadisch al eens een apotheker voor grote pillendozen. Veel houtdraaiers liepen tijdens het werk regelmatig kwetsuren op wanneer bijvoorbeeld kledij iets te los zat en vast kam te zitten in de draaibank of wanneer stukken hout losschoten van het oorspronkelijk materiaal. Beschermingsmaatregelen bestonden toen natuurlijk nog niet. Het inkomen was ook maar mager, in die tijd werd trouwens niet steeds contant betaald maar een deel ook in materiaal of goederen voor het huishouden. Een werkdag duurde 13 uur, vrouwen verdienden de helft van hun echtgenoot en eventuele kinderen nog eens de helft van hun moeder. Het feit dat niet steeds in contanten verhandeld werd toont eigenlijk ook aan dat onze voorouders anders tegenover de waarde van geld stonden.

In 1787 wordt zoon Jacques Philippe Joseph geboren maar is vader Etienne een tijdje nergens te vinden, moeder Marie-Josèphe Trotin staat er alleen voor. We zitten aan de vooravond van de Franse Revolutie, het land bulkt van de staatsschuld en politieke spanning zorgen al voor onrust, ook in Le Nord (nu les Hauts-de-France), slechte oogsten en gerommel onder arbeiders, dagloners en landbouwers maken het leven onzeker.


Etienne Joseph overlijdt in Felleries op 29 januari 1833, op de voor die tijd zeer respectabele leeftijd van 81 jaar, zijn echtgenote werd slechts 45 jaar oud, Marie-Josèphe overleed reeds in 1796.

 ---


Étienne Joseph Fontaine, mon ancêtre dans la septième génération, est né le 14 mai 1751 à Felleries, dans le nord de la France, un petit village comptant 893 habitants cette année-là.

Il devient “tourneur sur bois”, un métier ancien inventé par les Égyptiens. Ce métier consiste à fabriquer, à partir de blocs de bois, toutes sortes d’objets ronds tels que des pieds de table, des bols, des ornements, des chandeliers ou encore des pièces pour rouets.

 

 Ce n’était pas un métier léger : l’automatisation dans le secteur n’est apparue qu’à la fin de la carrière d’ Etienne . Il devait se contenter d’une construction composée de pédales en bois ou fer, de lourdes poutres et parfois de longues cordes. On travaillait le plus souvent en collaboration avec un autre artisan, comme un menuisier, un opticien, un fabricant de bougies, et parfois même un apothicaire pour les grandes boîtes à pilules. De nombreux tourneurs sur bois subissaient régulièrement des blessures pendant leur travail: lorsque des vêtements trop amples se coinçaient dans le tour ou lorsque des morceaux de bois se détachaient de la pièce initiale, les mesures de protection n’existaient évidemment pas encore à l’époque.

Les revenus étaient également modestes : à cette époque, le paiement ne se faisait pas toujours en espèces, mais aussi en matériaux ou en biens pour le ménage. Une journée de travail durait 13 heures ; les femmes gagnaient la moitié du salaire de leur mari, et les enfants éventuels la moitié de celui de leur mère. Le fait que les échanges ne se faisaient pas toujours en espèces montre aussi que nos ancêtres avaient une autre perception de la valeur de l’argent.

En 1787 naît son fils Jacques Philippe Joseph, mais à cette époque, le père Étienne est introuvable pendant un certain temps, laissant la mère, Marie-Josèphe Trotin, seule face à la situation. Nous sommes à la veille de la Révolution française : le pays est accablé par la dette publique et les tensions politiques provoquent déjà des troubles, y compris dans le Nord (aujourd’hui les Hauts-de-France). Les mauvaises récoltes et l’agitation parmi les ouvriers, les journaliers et les agriculteurs rendent la vie incertaine.


Étienne Joseph meurt à Felleries le 29 janvier 1833, à l’âge très respectable pour l’époque de 81 ans. Son épouse n’a que 45 ans quand elle décède en 1796.


Cool runnings,


Emmanuel 

 


26 juli 2025

Als je niet de enige bent die verliefd is op kaas.

Zoals de meesten onder jullie ondertussen wel weten is mijn lieftallige eega Sandra Gerritje Wajer volop bezig haar Kaasmeester-droom vorm te geven, de boeken en documentatie zijn ondertussen niet meer te tellen en elke dag stipt ze wel iets anders aan dat nog moet opgezocht of bekeken worden. 

Ze ziet kazen en kleuren van kazen in de hele wereld rond haar: van de groeven in een houten tafelblad tot bloemen in een bos, de kleur van een behang, de as van een barbecue, de geur in een kamer,... Echt maf.

Deze vakantie zijn we weer in het mooie Gelderland en zoals al tientallen jaren ook weer op de Veluwe.

Enkele dagen geleden mochten we, ja "we", een dagje meelopen met kaasmaakster Anne van Remeker kaas. Het werd een mooie interessante ervaring, hard werken en veel input. Kaasmaakster Anne was zo gepassioneerd en enthousiast dat ik wel kon begrijpen waarom mijn Wajerke kaas een magisch product vindt. Je staat echt verteld hoe goed de natuur iets doet, het is bijna een wonder zelfs. Zoals gezegd is het keihard werken en ons respect voor Anne is groot want ze doet dit normaal gezien helemaal alleen. Je moet echt constant doordoen, de tijd nauwlettend in de gaten houden, ondertussen voorbereidingen treffen voor de opkuis en super-hygiënisch werken.

Remeker is een biologische kaasmakerij met een veestapel bestaande uit Jersey-koeien, dit ras geeft een vettere melk die dus ideaal is voor kaas maar kan soms pittig uit de hoek komen. De dieren zijn ook niet onthoornd, wat ze naar mijn smaak mooier maakt maar blijkbaar ook resistenter. Hoorns helpen ook voor de afkoeling bij warm weer, dus: het onthoornen kan ik best begrijpen uit veiligheidsoogpunt maar misschien moeten sommigen toch eens beginnen nadenken over de andere voordelen.

Op het einde van onze werkdag hebben we 29 stuks Remeker kaas helpen maken en netjes in de rekken gelegd in een heerlijk ruikende rijpingskamer, daarna volgde natuurlijk een diepgaande reiniging van al het materiaal en dat is wel wat. Moe maar zeer voldaan bestelden we nog enkele stukken kaas voor thuis en vertrokken met een brede glimlach terug richting Putten. Mijn Wajerke had er weer een leerrijke dag opzitten, op weg naar deel I van haar droom: Kaasmeester worden.


Cool runnings,


Emmanuel










30 juni 2025

It's a wrap, hoofdstuk afgesloten.




Het zit erop, 22 jaar Rogers Corporations voorbijgevlogen, de Belgische vestiging sluit. We kunnen daar een boom of heel bos over opzetten maar dat zou slechts negatieve energie zijn, dus...

22 jaar waarin mijn lieve eega het beste van zichzelf gegeven heeft en ook vaak het beste uit haar collega's gehaald heeft blijkens de vele mooie afscheidsberichtjes.

Onze jongste dochter heeft haar mama eigenlijk nooit anders gekend dan met grijs t-shirt, grijze werkbroek en veiligheidsbril. De laatste jaren de fiets van mama aan de lader gehangen want voor de "late shift" ging ze bij mooi weer graag met de fiets naar Evergem. Ik reed haar dan vaak tegemoet na 22u en we dronken saampjes een glaasje in een lokale horecazaak op de terugweg. Vorige vrijdag deed ik dat voor de laatste keer en dit keer zaten op het terras goeie vrienden van ons, haar metekind, onze oudste dochter met vriend en twee leuke knullen waarvan eentje onze "aangenomen zoon" is, ik bedank iedereen voor de mooie avond.

Ons gezin heeft jaren op ploegenregelmaat geleefd maar alles werd telkens zo goed georganiseerd door mijn Wajerke dat de dochters en ik daar eigenlijk geen probleem mee konden hebben, zoals ik al zei alles was enorm goed en liefdevol gemanaged. Het enige wat ik moest doen was goed luisteren tijdens de briefing 's avonds laat of 's morgens of de nota lezen die bij thuiskomst steevast op de hoek van de tafel lag. Mijn hobby's maar ook die van de dochters hebben nergens onder geleden, hectiek was ons onbekend.

Vanmorgen is "moederke" zoals ze genoemd werd nog eens naar het werk gereden met verse lasagne en scampi en toen weerklonk iets na 14u het allerlaatste telefoontje vanop de parking "dat ze naar huis komt".

Omdat ze geen persoon is die makkelijk stil blijft zitten is de lade met toekomstplannen natuurlijk allang opengetrokken, meer daarover lezen jullie later wel. Nu eerst even bekomen van wat emotionele dagen en uitrusten, ik schat dat ze dat maximum 48u uithoudt.

Daarna begint ze aan een heel nieuw hoofdstuk in haar leven, even enthousiast en gedreven en in de wetenschap dat het gezin weer 100% achter haar gaat staan en vooral: dat ze dat weer goed gaat doen.

Mijn Wajerke, als ze geen plannen maakt is ze ziek maar zo heb ik haar graag.


Cool runnings,


Emmanuel



Laatste fietstocht naar huis maar aan de horizon liggen al nieuwe plannen.


 

04 mei 2025

Charles Louis Paquier, gesneuveld in Maastricht in 1795



Mijn Franse voorvader in de zevende generatie, Charles Louis Paquier was van beroep eigenlijk kleermaker. Zijn vader was "fripier" daarover schreef ik reeds eerder.

Hij werd te Maubeuge geboren op 24 januari 1726, kreeg nadat ze naar Lez-Fontaine verhuisden met echtgenote Marie Philippe Ansiaux twee kinderen: een dochter Orélie (°1777) en een zoon Jean-Baptiste (°1794).

Zoals met wel meer voorvaders in onze familie gebeurde werd ook hij opgeroepen om het (Revolutionaire) leger bij te staan in buitenlandse gevechten, in zijn geval moet dat vermoedelijk vanaf midden 1793 geweest zijn en meer bepaald in de oorlog om de Zuiderlijke Nederlanden en de Nederlandse Republiek, beter gekend als "de Republiek".

Onder leiding van generaal Jean-Bapstiste Kléber trekt hij met de artillerie naar Fleurus om er na een wrede veldslag en een verlies van ongeveer 5000 manschappen door te trekken naar Maastricht. De Fransen slagen erin om na een kort maar goed georganiseerd beleg de stad in te nemen. Charles Louis is ondertussen echter gewond geraakt en belandt er in het Hôpital de la Concorde aan de Grote Looiersstraat. Daar overlijdt hij uiteindelijk aan zijn verwondingen op 14 januari 1795.

Dochter Orélie huwt twee jaar later zonder vader, zoontje Jean-Baptiste heeft zijn vader nooit gekend want hij werd geboren op 11 januari 1794... Moeder Marie Philippe is nooit hertrouwd.


Cool runnings,

Emmanuel

27 april 2025

Dan wil je een boek...



Ik mag graag oude boeken kopen bij de Gentse vestiging van De Slegte. 

Niet alleen omwille van de rustige maar gepassioneerde uitleg die je er krijgt van de medewerkers, de fenomenaal stijlvolle snor van de man aan de kassa, de geur van oude boeken maar vooral omdat ze er steevast iets hebben dat ik wil. Ik hou me steeds voor slechts één boek te kopen, lukt niet altijd maar vaak wel en voor de prijs moet je het niet laten natuurlijk.

Maar zoals ik schreef, ze hebben er steevast iets dat ik wil.

Laat ik nu gisteren ook weer binnengestapt zijn op zoek naar het boek van Marcus Aurelius "Persoonlijke notities", de winkelcomputer gaf aan dat er één exemplaar binnen was. Ik als de wiedeweerga richting het rek Filosofie, boek niet te vinden... Nog eens naar de cataloguscomputer en ja hoor, daar stond echt wel het enige exemplaar van het werk op. Hulp gevraagd aan de vriendelijke man van het 4e verdiep, samen naar het rek met net geprijsde boeken want, zo zei de man: "als het nog op de computer staat is het zeker nog niet langs de kassa naar buiten gegaan". Heel even dacht ik "wie steelt nu boeken bij De Slegte?", dat zou erg zijn toch. 

Wat ik plots nog veel erger vond was dat dus meer dan waarschijnlijk iemand in de winkel rondliep met het enige exemplaar dat ik wou?! Ik liep iedereen voorbij met een blik van jij-toch-niet-hé, vroeg aan de kassa nog eens of iemand zich eventueel bedacht had en Aurelius had laten liggen, niet dus.

Ik stapte ontgoocheld buiten, beseffende dat minuten na mij het boek zou buitenkomen dat ik wou!

Omdat ik niet gauw panikeer zoek ik rustig verder en bestel het eventueel online, maar online bestellen is niet vasthouden, is niet winnen, is niet echt willen.


Coole runnings,

Emmnuel

12 oktober 2024

#mijnwijk #mijndorp #mijngemeente



Morgen is het zover, de gemeenteraadsverkiezingen 2024.

Het is niet mijn eerste keer, ik doe al van 1998 aan gemeentepolitiek. Erg graag trouwens. De voorbije weken liep ik net als alle andere collega's langs huizen en wijken om te luisteren naar de wensen en verzuchtingen van inwoners van het mooie 9070, dat deden we eigenlijk voorheen ook reeds: ons oor te luisteren leggen.

Ja, het viel op dat de N-VA goed ontvangen werd, dat ons rapport goed was. Niet dat ik daaraan twijfelde maar het is altijd leuk en bemoedigend het van objectieve gesprekspartners te horen.

Verkiezingen zijn natuurlijk steeds speciaal, een verrassing is nooit uitgesloten, gemeenteraadsverkiezingen zijn daarop geen uitzondering. Toch heb ik er wel vertrouwen in dat mijn afdeling, mijn partij het goed gaat doen. We weten dat we het kunnen, we hebben getoond dat we het kunnen.

In welke samenstelling onze fractie dit vanaf december zal doen is nog koffiedik kijken (mijn lievelingsuitdrukking), ik hoop natuurlijk dat ik daarvan deel zal mogen uitmaken maar het zullen de potloden zijn die beslissen.

In elk geval: ik heb de voorbije legislaturen erg graag gewerkt voor mijn wijk, mijn dorp, mijn gemeente.

Laat dat maar geweten zijn!


Cool runnings,

Emmanuel

29 september 2024

Ik ben "bij"gelovig!



Neen, ik ben niet bijgelovig.

Ik durf gerust met een zwarte kat onder de arm op een vrijdag de 13de onder een ladder lopen.

Look bewaar ik voor de keuken want vampieren bestaan niet en een klavertje vier is "konijnefret".

Ik stap ook altijd met mijn linkerbeen uit bed, gewoon omdat ik anders waarschijnlijk een lumbago oploop, mijn vingers kruisen kan ik enkel als de andere hand wat meehelpt.

Wanneer per ongeluk mijn spiegel zou breken is dat enkel mijn fout, het arme ding kan er misschien niet meer tegen mijn tronie te moeten tonen.

Ik gooi geen muntjes in een wensput, ben ik te gierig voor en de uitdrukking "verderden" is gewoon 16 punten waard bij Scrabble.

Neen, ik ben dus niet bijgelovig.

Maar toen ik deze week een mooi veld met zonnebloemen zag stopte ik even om een foto te maken van mijn verkiezingskaartje op zo'n bloem. In een mum van tijd kwam een bijtje aangezoemd en landde mooi in beeld. Ik nam een foto zonder mijn kaartje nog echt duidelijk te zetten omdat ik het moment zo mooi vond.

Wie ons gezin en zeker mijn lieftallige Sandra Gerritje Wajer wat kent weet dat bijtjes bij ons een apart plekje hebben, ze zijn bijna de reïncarnatie van opa Wajer, een lieve man en imker. Bijtjes maken ons blij.

En ja, wie weet was dat bijtje op de zonnebloem een teken dat opa mij veel geluk wenst met de nakende verkiezingen? Wie weet word ik echt "bij"gelovig?


Cool runnings,


Emmanuel



17 september 2024

Mama is jarig, mémé is jarig!


We schrijven 1944, september meer bepaald.

 Maurice D. uit Gent laat per "annonce" in Het Laatste Nieuws weten dat hij geen schuld erkent voor zijn echtgenote Marguerite L. die sinds 28 augustus het echtelijk dak verlaten heeft en in Heusden wordt op de wijk Klaverke "een gerieflijke woning" verkocht met 130m² grond, instelprijs 40.000 fr., 't is voor niets. Terwijl de wijk Assels in Drongen nog bekomt van de juni kermis en "de grote draf- en vluchtkoersen" op de piste, ingericht door Gontran Rombaut wordt Gent op de 6de van de maand door de Polen bevrijd van de Duitsers.

Op zondag 17 september 1944 moet het bij huisnummer 41 in de Schuyterstraat te Drongen anders ook een lawijt van jewelste geweest zijn: mijn mama Jeanine Maria Frodure zette er om 5u 's morgens voor het eerst haar keelke open. Ongetwijfeld een overgelukkige papa en een zeer vermoeide mama die elkaar in de ogen keken, de kleine was er. Het dolleke zou te pletter vertroeteld worden door haar "meetje" Pharieldeke Depessemier en de oogappel worden van haar "peetje" Frans Van Parijs, mijn overgrootouders dus.

Op maandag om 10u dan gauw naar August Coppens, burgemeester, om er (geboorte)akte 63 te laten opmaken.

Nu, 70 + 10 jaren later vieren we de verjaardag van dat keutelke op de foto links van de non met het oversized hoofddeksel.


Van harte proficiat mama, we zien mekaar vrijdag als we in Putten ons weekendje gaan houden x


Cool runnings,

Emmanuel

26 augustus 2024

Doe eens zot.



Wat een heerlijke namiddag had ik gisteren met de collega's van mijn plaatselijke N-VA afdeling.

We reden mee in de, overigens voortreffelijk georganiseerde, "Ludieke Prijs Iljo Keisse", drie rondjes door Destelbergense straten en rond de Damvallei, vurig aangemoedigd door de vele inwoners aan de kant van de weg en aan het Reinaertpark.

Onze afdeling heeft een eigen leeuwenpak en velen popelden al om het eens te mogen aantrekken op één of ander event. Niet dus.

Gisteren beet ik dan maar de spits af en kroop zo goed en zo kwaad dat kon in het veel te grote en vooral veel te warme pak. Ik denk dat ik wel drie kilo afgevallen ben, "elk nadeel heb z'n voordeel" zou the one and only J. Cruijff zeggen.

Het fietsen was een heuse beproeving met opperste concentratie (je ziet niks links en rechts), luisteren naar wat er rondom jou gebeurt, ademhaling wat proberen controleren (echt warm dat pak) en enorme leeuwenpoten op de pedalen houden. Onderweg ook veel wuiven naar kindjes die met grote ogen keken naar een fietsende leeuw!

Maaaaaaaaar het was leuk, het was maf, het was zoals ik mijn leven graag heb: eens iets anders.

Onze afdeling had een lol van jewelste, we vergaten even de stress die voorbereidingen van verkiezingen soms met zich meebrengen, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik met enkelen nog een kleine afterparty gehouden hebben in mijn stamcafé maar vanmorgen wel fris als een hoentje weer de baan opgegaan ben want de wereld kan niet zonder koffie, veeeeeeeeeel koffie.

Trouwens, over verkiezingen gesproken: u vindt mij op plaats 25 (lijstduwer) bij N-VA Destelbergen-Heusden. Mijn dank zou groot zijn.


Cool runnings,

Emmanuel


foto bovenaan: Geert De Brouwer






20 juni 2024

Mijn favoriete brompot is niet meer...



Frans Van Damme (07.08.1953 - 17.06.2024)


Op 17 juni overleed, hoewel hij ziek was maar blijkbaar toch nog onverwacht, Frans Van Damme.

Heerlijke man met het hart op de juiste plaats, rad van tong en steeds eerlijk. Als journalist/reporter interviewde hij menig regionaal BV en die stukjes pende hij ook vaak neer op zijn blog "Frans Van Damme laat weten" en schreef ook voor De Zondag en De Gentenaar. Hij kon erg vlot en mooi schrijven maar liet ook vaak de brompot in hem doorschemeren in zijn teksten of posts op sociale media.

Ik leerde Frans kennen halfweg de jaren ´90 toen ik koffieleverancier was voor een Gentse horecazaak en hij daar "de papieren" deed. Het klikte meteen door zijn innemende persoonlijkheid en correcte manier van handelen. 

Leveren bij die taverne betekende voor mij ook steeds de leuke koffiebabbel met Frans op het bovenste verdiep, ik mocht nooit vertrekken zonder hallo gezegd te hebben. Ooit heb ik dat één keer uit verstrooidheid gedaan en het was niet lang wachten op zijn telefoontje :-)

Later ben ik nog eens, nadat we mekaar al even niet gezien maar wel vaak geschreven hadden, bij hem thuis langsgegaan om een voetbaltruitje op te halen voor onze jongste dochter. Het was een warm weerzien met Frans en zijn lieve man Ruud. Als ik me niet vergis waren ze toen al van plan het Gentse voor het zonnige zuiden te ruilen.

In Spanje kon Frans zich uitleven in hun door Ruud smaakvol ingerichte (weet ik van Frans zelf) B&B. Ze ontvingen vrienden en vreemden, het moet er echt leuk geweest zijn.

Frans werd ziek, verscheen niet zo vaak meer op FB maar hield zich (voor de buitenwereld?) kranig. We zullen allemaal wel gehoopt hebben dat de vriendelijke beer beter zou worden, het heeft niet mogen zijn. De laatste posts die men op zijn pagina kan lezen zijn die van een door verdriet verscheurde man die nog veel tijd zal nodig hebben om alles te plaatsen en hopelijk steun kan vinden in de vele vrienden die Frans had, die ze samen hadden.

Mijn favoriete brompot is niet meer, ik ga je erg missen Frans...


Emmanuel

04 november 2023

Elke akte was een mens, elke akte was een leven.



Bij het beoefenen van mijn hobby, genealogie, kom ik massa's akten tegen. 
Vroeger erg vaak nog in boeken en mappen gezocht, alles vastgepakt en gelezen maar tegenwoordig kan alles sneller via pc.
Toch blijft snuisteren, zoeken en lezen in de originele registers van een andere orde, het brengt je dichter bij het onderwerp van je zoektocht. De geur van de boeken, het gewicht van de registers, de al dan niet goede staat maar eerlijk gezegd vind ik de versleten stukken het mooiste.
Wanneer één van mijn voorouders in de mogelijkheid was om de bewuste akte te handtekenen wrijf ik met mijn wijsvinger even zachtjes over de naam en neem zo een stukje van zijn/haar geschrift in me op. Het lijkt dan alsof de persoon in kwestie net voor jou van de tafel is weggeschuifeld.

Ik neem ook steeds de tijd om andere namen te lezen, andere verhalen te vermoeden. Veel van die mensen zijn verdwenen in wat men de nevelen der tijd noemt, hebben niemand meer die naar hen zoekt of in hen geïnteresseerd is omdat we nu eenmaal in het nu leven en eigenlijk ook wel te snel leven. We zijn maar op doortocht natuurlijk, een klein stukje van een lange ketting, of zoals een vriend van mij soms zegt: "on ne fait que passer".

Toch was elke akte een mens, was elke akte een leven en dat mag niet vergeten worden.

Misschien iets om over na te denken.


Cool runnings,

Emmanuel

27 juli 2022

Hendrikje, Hendrikje, waar ben je toch gebleven?

illustratie

 

Heel soms verdwijnt iemand zomaar uit je stamboom, wordt die een mysterie, een geseling voor een amateur genealoog.

Ik zit dus in dit geval al maanden met de regelmaat van een klok te zoeken naar Hendrikje Wajer, geboren in Ermelo op 15.05.1815, ze was het tweede kind en tweede dochter van Berend "Hendriks" Wajer en Kornelisje "Driessen" van de Kolk. Later worden nog een Hendrina (in 1823) en Hendrika (in 1831) geboren.

Waar ik ondertussen van de zes kinderen van het gezin Wajer de levensloop en nakomelingen al vond blijft Hendrikje in de mistflarden of  "Witte Wieven" van de Veluwe gehuld, je kan er knetter van worden.

Enkele mogelijkheden:

- Het meisje overleed maar de overlijdensakte werd niet opgemaakt. Zeer onwaarschijnlijk in de, toen al, Bijbelgordel van Nederland waar alles erg strikt gecontroleerd werd.

- De overlijdensakte is verloren geraakt. Voor zover ik alles nageplozen heb volgen de aktenummers in de archieven elkaar perfect op, ook in de indexen.

- Haar familienaam, op haar geboorteakte als Waaijer genoteerd, werd elders nog eens verkeerd neergepend en is zo haast onherkenbaar geworden. Ook dan zouden we de naam van de ouders nog ergens moeten vinden bij een huwelijk of overlijden.

- Ze is elders overleden en dat is niet mee overgeschreven in Ermelo. Onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk.

- Ergste scenario, Hendrikje werd ontvoerd en is nooit meer teruggevonden. Zou natuurlijk afgrijselijk zijn, echter niet zeldzaam, maar zouden daar dan geen artikels of verhalen meer over te vinden zijn?

Heb er dus al erg lang zitten over "prakkiseren" en denk dat ik het maar aan een gelukkig toeval moet overlaten wil ik Hendrikje ooit terugvinden. Gelukkig heb ik mijn eigen Sandra Gerritje die me er dagelijks aan herinnert dat ik met "een Wajer" getrouwd ben.


geboorteakte Hendrikje Wajer

Cool runnings,

Emmanuel




15 november 2021

Michel Joseph Paquier, "kleerkoper" te Maubeuge in 1745 (Michel Joseph Paquier, fripier à Maubeuge en 1745)

 



Nieuwe kleren waren lange tijd echt onbetaalbaar voor de gewone man of vrouw, zelfs de betere burgerij betaalde zich blauw aan kledij, al was het maar door de prijs van het basismateriaal en het uurloon van kleermakers/-maaksters. De meeste mensen konden zich slechts enkele keren in hun leven nieuwe kleren veroorloven.

Vaak ging men zelf aan de slag met tweedehands stukken mouw, kraag, knopen, … Dat haalde men dan bij een zogenaamde “fripier”, een handelaar in tweedehands kleren en- stoffen of in slecht Nederlands een “kleerkoper”. Hij haalde zijn spullen hoofdzakelijk bij hospitalen, pandjeshuizen, lijkenhuizen en het leger. 

Mijn voorvader in de negende generatie Michel Joseph Paquier wordt op 24 januari 1726 geboren in de Noord-Franse stad Maubeuge, koning Lodewijk XV is een koninkje van 16 jaar. Vader Rémy Paquier is ook al “fripier”. Michel J trouwt op 9 juni 1745 met Anne Cathérine Moguet. Ik heb nog niet kunnen achterhalen of hij in een eigen winkel werkte dan wel ambulant was en dus de streek doorkruiste en op straat of op markten zijn waar verkocht. Of Michel Joseph goed zijn boterham verdiende durf ik te betwijfelen, de streek was arm, zijn zoon zal later kleermaker worden, een beroep dat veel beter betaald werd.

Michel Joseph Paquier overlijdt in het gemeentelijk hospice op 29 augustus 1808 op 82 jarige leeftijd.

Een jaar later wordt Napoleon Bonaparte na de “Vijfde Coalitieoorlog” tegen Oostenrijk de machtigste man van Europa.


Les nouveaux vêtements étaient autrefois pratiquement impayable pour la majorité des gens, même la population un peu plus aisée payait très cher ses vêtements dû au coût des matières premières et les honoraires des tailleurs/tailleuses. Alors on se débrouillait avec tout genre de morceaux de tissus usagés de chez le “fripier”, un métier de nos jours disparu mais remplaçé  en quelque sorte par des magasins ou des organisations de bénévoles. Le fripier s'approvisionnait chez les hôpitaux, à la morgue ou chez des casernes de l'armée.

Michel Joseph Paquier, mon ancêtre dans la neuvième generation naît le 24 janvier 1726 à Maubeuge, ville du nord de la France. Le roi Louis XV n’est encore qu’un petit roi de 16 ans à çe moment. Le père Rémy Paquier est déjà “fripier”. Michel J épouse Anne Cathérine Moguet le 9 juin 1745, je n’ai pas encore pu établir s’il tenait un atelier ou si il était marchand de fripes ambulant et donc sillonnait la region pour vendre son matériel dans la rue ou sur les divers marchés.Je ne suis pas certain que Michel Joseph a bien gagné sa vie, la region Maubeugoise était très pauvre, fait est que son fils plus tard deviendra tailleur, un métier beaucoup mieux rémunéré.

Michel Joseph Paquier décède à l’hospice communal le 29 août 1808 à l’âge de 82 ans.

Une année plus tard, Napoléon Bonaparte deviendra l’homme le plus puissant de toute l’Europe grâce à sa victoire contre les Autrichiens dans le “Guerre de la Cinquième Coalition”.


Kaart van Maubeuge (carte de Maubeuge) 1726



Cool runnings,
Emmanuel




17 april 2021

Mijn overgrootvader in Münster tijdens de Grote Oorlog (Mon arr. grand-père à Münster pendant la Grande Guerre)

 


Münster 1914.

In Münster bevond zich het grootste krijgsgevangenenkamp van Noordwest Duitsland verdeeld over drie delen van de stad. Tussen 1914 en 1918 worden er zo’n 90.000 Fransen, Engelsen, Russen, Belgen, Italianen, Portugezen en Serviërs vastgehouden.
De eerste krijgsgevangen Fransen komen aan rond 14 september 1914. Ze vinden er geen echte gevangenisinfrastructuur, eerder een omheind weiland, de Duitse legerleiding hoopte op een zeer snelle zege en had dus eigenlijk niets voorbereid om de massa op te vangen. De eerste zes weken slapen ze in putten die ze zelf graven, terwijl ze overdag moeten werken aan de bouw van verschillende barakken, wegen en andere infrastructuur.

Na het beleg van Maubeuge dat eindigt begin september 1914 komen hier dus zo’n 40.000 Fransen terecht, dat is een tiende van alle Franse krijgsgevangenen in WOI.

Mijn overgrootvader Arthur Emile Anciaux is dan 26 jaar, vader van 3 kinderen en al twee jaar douanier in het grensdorp Hestrud, daardoor ook automatisch ingelijfd bij de 3e Bataillon Douaniers. Ook hij wordt echter gevangengenomen en naar Münster (kamp I) gebracht. Als douanier krijgt hij een iets beter regime maar dat maakt van hem natuurlijk nog geen hotelgast. Ook hij wordt net als alle anderen ingedeeld in een “Corvée lijst”. De “corvée”, opgelegde taak, kan bestaan uit: onderhoud van terrein of gebouwen, keukenwerk, werk voor de stadsdiensten of werk op boerderijen in de regio. Het soort corvée hing ook af van de graad van geschooldheid en wat het eventuele beroep van de gevangene was voor het uitbreken van de oorlog. Later in de oorlog zullen velen naar het Ruhrgebied gestuurd worden om er in de wapenindustrie te werken. Vermoedelijk zit mijn overgrootvader in een logistieke of administratieve sectie, ik ben er nog niet achter gekomen wat de “Corvée 12” kan geweest zijn.

Alsof het leven in een krijgsgevangenkamp nog niet hard genoeg is verneemt hij in december per post 1914 dat zijn zoontje Arthur André op de leeftijd van 21 maanden overlijdt in het huis van grootvader Anciaux in Sars-Poteries. Ook de geboorte van mijn grootvader in november van datzelfde jaar maakt hij niet mee net als de geboorte van dochter Rolande in 1917. Hij krijgt slechts sporadisch verlof.

In de zomer van 1918 kan hij terug naar huis maar wordt onmiddellijk naar het front voor de slag bij Saint-Mihiel gestuurd (september 1918). In juni 1919 is voor hem de oorlog gedaan en neemt hij terug zijn functie van douanier op, dit keer in Feignies waar hij woont. Zijn ervaringen van de voorbije jaren zorgen voor zijn later sociaal engagement zoals het mee oprichten van een lokale afdeling van de socialistische partij, zijn lidmaatschap bij veel sociale organisaties en zijn mandaten als gemeenteraadslid.

Bravo Arthur, dank u Arthur.

Münster 1914

A Münster se trouve le plus grand camp de prisonniers de guerre du nord ouest de l’Empire Allemand, réparti sur trois zones de la ville. Entre 1914 et 1918 pas moins de 90.000 Français, Anglais, Russes, Serbes, Belges, Portguais et Italiens y sont détenus.

Les premiers Français arrivent le 14 septembre après la capitalulation de Maubeuge, ils sont 40.000 soit dix pour cent du total des prisonniers de guerre Français durant la Première Guerre Mondiale.

Il n’y a pas d’infrastructure car l’Etat-major Allemand misait sur une victoire rapide, les prisonniers ne trouvent qu’ une plaine clôturée et quelques arbres. Les six premières semaines ils sont forçés à dormir dans des troux qu’ils ont creusé eux-mêmes avec comme couverture une veste ou un petit morceau de gazon. Durant la journée ils doivent construire les baraques, chemins et autre bâtiments nécessaires.

En septembre mon arr. grand-père Arthur Emile Anciaux agé de 26 ans, père de trois enfants est douanier à Hestrud, commune frontalière avec la Belgique, et automatiquement incorporé au 3ème Bataillon de Douaniers. Lui aussi est transporté à Münster (camp I). En tant que douanier il a un régime un peu moins dûr mais çe n’est pas le séjour à l’hôtel non plus bien sûr.

Tout le monde a une corvée obligatoire, souvent selon le degré d’instruction ou l’emploi avant à la guerre allant de la contruction et l’entretien de l’infrastructure, la cuisine, travaux publics pour la ville de Münster, travaux dans les fermes de la région,… Plus tard beaucoup de prisonniers seront envoyés dans la region de la Rhur comme main d’oeuvre pour l’industrie de l’armement. Je pense qu’Arthur a plutôt eu une corvée dans la logistique ou l’administration, je n’ai pas encore trouvé à quoi correspond le “Corvée 12” qu’il a note sur une carte postale en ma possession.

Comme si il n’avait pas assez de misères il apprend en décembre ‘14 par courier que son fils Arthur Andre est décédé à l’age de 21 mois chez le grand-père Anciaux à Sars-Poteries, un mois après la naissance de mon grand-père. Il n’assistera pas non plus à la naissance de sa fille Rolande en 1917. Il n'a que très sporadiquement quelques jours de congé.

Il rentre à la maison début été 1918 mais en septembre est envoyé au front pour la bataille de Saint-Mihiel (Meuse/Grand Est). En 1919 la guerre est terminée pour Arthur, il reprend sa fonction de douanier, cette fois-ci à Feignies où il habite. Ses experiences pendant la guerre vont le motiver à prendre un engagement social: de la fondation d’une division locale du parti socialiste et l’engagement dans divers associations au mandats de conseiller communal…

Bravo Arthur, merci Arthur.


Arthur Emile Anciaux met rouwband
Arthur Emile Anciaux avec brassard deuil

Cool runnings,

Emmanuel




10 april 2021

Joannes Franciscus Frodure, wever te Lotenhulle

 


Joannes Franciscus Frodure (Froduere), mijn voorvader in de zesde generatie, brult voor de eerste keer zijn keeltje schor op 1 november 1783 in Lotenhulle bij Aalter, hij is de vierde telg in een gezin van zes. Heel zijn leven blijft hij in datzelfde dorp wonen, hij trouwt er met Rosa Van Hoecke en zal zelf twee zonen en twee dochters hebben.

Na enkele jaren dagloner te zijn geweest besluit hij wever te worden. 

Zijn huis, staand in de Cijnsstraat, was waarschijnlijk zoals alle wevershuizen niet erg groot (50m² maximum), had ook maar één deur, één raam en bestond uit slechts twee vertrekken: de keuken met schoorsteen die als woonruimte diende en de werkplaats waar het weefgetouw stond. Deze laatste kamer was normaal gezien onverhard om de vochtigheid te hebben die het basismateriaal nodig had om te kunnen bewaren. Onder het dak sliep het hele gezin op één en dezelfde ruimte.

Wevers werden per el (0,698m) of per stuk betaald nadat ze hun waar naar de opdrachtgever (vaak ook nog de eigenaar van het weefgetouw) hadden gebracht. In het geval van Jan Francies moet dat in Aalter, Deinze of Ruiselede geweest zijn aangezien zulke handelaren in een stad of grotere gemeente hun bedrijf runden.

Frodure’ke werkte van zonsopgang tot zonsondergang met enkel pauze om het middageten te nuttigen. Op zondag moest naar de kerk gegaan worden , eventueel iets drinken in een plaatselijk estaminet of herberg en wanneer er een tuintje was kon nog wat “gekeuterd” worden om voor wat extra inkomsten en/of voeding te zorgen want het dagelijks menu was toch maar zelden meer dan spek, aardappelen, pap en roggebrood.

 De kinderen werkten mee zolang ze elders geen werk vonden of trouwden. De jongere kinderen maakten de spoelen klaar, de oudere kinderen verzorgden samen met vader het transport van het materiaal dat door de opdrachtgever meegegeven werd bij de uitbetaling van de vorige levering. 

Men zag bij een weversgezin steevast een groter model spinnewiel staan dat door de vrouw des huizes tijdens het vlasseizoen gebruikt werd. Werkelijk het hele gezin werd ingezet voor wat al bij al een schandalig armoedig loontje (+/- 2frank per dag) was maar vergeleken met de uitbuiting in fabriekssteden als Gent, waar 20% van de bevolking in de textielnijverheid werkte, nog op iéts leek.

 Dat ging echter in het Lotenhulle van de Frodure’s stilaan veranderen: de strenge winter van 1844 met aansluitend een mislukte aardappeloogst en in 1846 de rogge- en graanziekte kwamen bovenop de prijzenconcurrentie van de gemechaniseerde textielnijverheid. Het weversloon in de streek daalde al snel tot +/- 6 frank per week terwijl toen ook al “alles duurder werd” Een beetje “lochting” kwam dus erg goed van pas. Ik heb nergens kunnen vinden dat ze behoeftig waren of moesten beroep doen op bijstandsinstellingen, dat is op zich toch een soort geruststelling zonder waardeoordeel.

Franciscus Joannes Frodure heeft zoals de voorouders van de meesten onder ons gewerkt als een beest, omdat het moest en omdat men niet veel anders kende. Hij was daar bovenop, in tegenstelling tot zijn vader, ongeletterd. En toch leefde hij in een best boeiende periode van onze geschiedenis. Hij was 16 toen de Franse Revolutie uitbrak en 47 bij de Onafhankelijkheid van België, twee mijlpalen die in dat boerendorp waarschijnlijk niet voor ophef gezorgd hebben...

Franciscus, Frans, overleed thuis op 11 januari 1861.



Cool runnings,

Emmanuel

28 maart 2021

François Joseph Anciaux, molenaar te Gommegnies (François Joseph Anciaux, meunier à Gommegnies)

 



François Joseph Anciaux, geboren in Ferrière-la-Petite in 1793, trouwt op 4 oktober 1821 in Louvignies met de twintigjarige Caroline Frougnue, hij is op dat ogenblik faïencebewerker in zijn geboortedorp. Vier jaar later, op 22 mei 1825 huurt hij samen met schoonpa Charles één van de twee graanmolens van Houdain-lez-Bavay, de sinds 1905 in ruïne staande “Moulin Giblot” eigendom van de weduwe van notaris Pascal Clément Gerin. Ze werken er samen tot eind 1828. Vermoedelijk wordt schoonpa Charles rond die periode ziek (hij overlijdt het jaar nadien) en lukt het werken niet meer of misschien zat er ruzie in het spel, zeker is dat François Joseph enkele jaren later naar Gommegnies verhuist en er een watermolen aan het riviertje l’ Aunelle huurt van de graaf Franeau d’Huyon uit Mons, deze molen heette “Le moulin de la Basse Cour”. Hij was er molenaar van zeker 1834 tot 1852, jaar van zijn overlijden. De molen bestaat niet meer.

De molenaar had je in die tijd beter te vriend, hij had best wel wat invloed op de waterstand in het dorp en bepaalde zo mee de vruchtbaarheid van de gronden waarop verbouwd werd. In tegenstelling tot de zogenaamde “banmolen” waar landbouwers verplicht heen moesten met hun graan of ander materiaal en een meestal te hoge prijs betaalden aan de plaatselijke heer of notabele was de watermolen die François Joseph huurde een “vrije molen”. Voordeel was dat men aan betere tarieven kon werken, nadeel dat men niet altijd zeker was van werk en dus opbrengst. Om het inkomen wat te verbeteren kweekte men dan wat dieren, ging men vissen of verbouwde men groenten op het klein lapje grond dat naast de molen lag. Molenaars werden trouwens vaak betaald in parten van het aangevoerde materiaal, een vierentwintigste graan of koren bijvoorbeeld. Het leven op een watermolen stopte nooit, werkdagen van vier uur ’s ochtends tot laat in de avond en dit zes dagen lang. Bij hard regenweer draaide de molen constant om de buurt van overstroming te behoeden en kon de molenaar geen ander werk verrichten, het was echt specialistenwerk…

Hij heeft best hard gewerkt François Joseph maar ook een relatieve vrijheid genoten, hij werd echter niet oud want overleed te Gommegnies in zijn molen op 16 januari 1852.


François Joseph Anciaux, né à Ferrière-la-Petite en 1793 épouse Caroline Frougue, vingt ans, le 4 octobre 1821, il est à çe moment faïencier dans son village natal. Quatre ans plus tard, avec son beau-père Charles, il loue un des deux moulins à grains à Houdain-lez-Bavay, “le moulin Giblot”, propriété de la veuve du notaire Pascal Clément Gerin. Moulin tombé en ruïne en 1905. Il travaillent ensemble jusqu’en 1828. Beau-père Charles tombé malade et incapable de travailler (il décède l’année après) ou qui sait une dispute? Fait est que quelques années plus tard François Joseph se retrouve à Gommegnies où il loue un moulin à eau nommé “Le moulin de la Basse Cour” sur la rivière l’Aunelle, propriété du comte Franeau d’Hyon sieur de Gommegnies. Il y était meunier de 1834 à 1852, l’année de son décès). Le moulin n’existe plus.

Dans ces temps il fallait mieux être ami avec le meunier, de part sa profession il avait une influence sur le niveau d’eau dans le village, les terrains et donc sur la fertilité du sol. Contrairement au “moulin banal” où les fermiers étaient obligés d’aller faire moudre leur grain et surtout payer trop cher çe service au sieur ou notable local, le moulin à eau de François Joseph était un “moulin libre”. L’avantage était qu’il pouvait travailler à des tarifs plus intéressants, l’inconvéniant qu’il n’était jamais rassurré d’avoir du travail et donc des réntrées. Pour subvenir au besoins de la famille il élevait du petit bétail, pêchait ou cultivait des legumes sur le petit terrain du moulin. Les meuniers étaient souvent payés en nature, exemple: une 24ème de grain ou de blé. La vie d’un meunier ne s’arrêtait en fait jamais, des journées de 4hrs du matin jusque tard au soir et çela six jours par semaine. Par temps de pluie le moulin tournait en permanence pour éviter la crue de la rivière. Le meunier ne pouvait pas quitter son poste, cétait du pur travail de spécialiste…

Il a travaillé dur et beaucoup François Joseph mais dans une relative liberté, il décède à Gommegnies dans son moulin le 16 janvier 1852.




Cool runnings,

Emmanuel

Merci beaucoup à Jean Pisson et Jean Pierre Carré pour leur aide dans mes recherches.

19 februari 2021

Jacque Ansiau van Cousolre (Jacque Ansiau de Cousolre)


 Cousolre, een vergeten gat in Noord-Frankrijk in de buurt van Maubeuge is gekend als geboorteplaats van de Heilige Aldegonde (630-684), jongste dochter van Walbertus een vooraanstaande heer uit de Frankische aristocratie. Aldegonde stichtte in Maubeuge twee kloosters en werd nadien ook patrones van de stad.

Wat mij iets meer interesseert is dat mijn voorvader in de negende generatie Jacque Ansiau er geboren is rond 1658 en er ook overleed op veertien december 1728. Hij trouwde met Marie-Cathérine Hannecart, kreeg vier dochters en drie zoons.

Jacque was "laboureur", "ploeger" in het Nederlands. In die tijd en streek was dat een beroep waar veel andere landbouwers op rekenden, het was ook meestal de enige in het dorp die eigen zwaar werkmateriaal en een trekpaard of -stier had. In ruil voor het ploegen van stukken grond verleenden landbouwers handenarbeid op het perceel van de laboureur of gaven ze een part van hun oogst. Niet elke laboureur had een stuk grond maar zijn huwelijkscontract leerde mij dat Jacque dit wel had. Landbouwers in die tijd verbouwden hoofdzakelijk om in de eigen behoeften te voorzien, de magere meeropbrengst kon eventueel op de markt verkocht worden of dus aan de ingehuurde hulp gegeven worden. Het voordeel van een laboureur inschakelen was natuurlijk dat het werk sneller vooruit ging, met beter materiaal en zicht op rijkere oogst, iedereen hoopte er dus beter van te worden.

Jacque Ansiau werkte zeven op zeven, van zonsopgang tot zonsondergang. Dat hij uiteindelijk toch nog 70 jaar werd is dan ook opmerkelijk, de gemiddelde levensverwachting in Frankrijk was toen slechts 35 jaar. Jacque overlijdt op dinsdag 14 december 1728.


Cousolre, trou perdu non loin de Maubeuge est connu pour être le lieu de naissance de Sainte-Aldegonde (630-684), la fille cadette du seigneur Walbert, un aristocrat franc. Aldegonde fonda deux monastères à Maubeuge et devint la patronne de la ville.

Ce-qui m'intéresse un peu plus à Cousolre c'est la naissance, environ l'an 1658, de mon ancêtre dans la neuvième génération Jacque Ansiau. Jacque était marié avec Marie-Cathérine Hannecart (1681-1743), ils urent quatre filles et trois garçons.

Jacque était laboureur, un métier très demandé dans la région à cette époque, car le laboureur était souvent la seule personne du village à avoir son propre gros matériel et un cheval ou boeuf de trait. En échange du labour de leurs terres et champs les cultivateurs offraient de la main d'oeuvre sur la parcelle de Jacque. Pas tout les laboureurs étaient propriétaire mais l'acte de mariage que j'ai étudié prouve qu'il avait bien ses propres lots de terre. A cette époque, les cultivateurs travaillaient uniquement pour subvenir au besoins de la famille, les maigre excédents servaient à la vente au marché où pour payer l'aide demandé du laboureur. Le grand avantage de cette coopération était surtout que le travail progressait beaucoup plus vite, avec du matériel performant en espérant une meilleure et plus grande récolte. Chacun pouvait donc en profiter.

Jacque Ansiau travaillait sept jours sur sept, du lever du soleil jusqu'à son coucher. A son décès il avait 70 ans, un age très avancé et respectable sachant que l'espérence de vie était de 35 ans. Jacque décède le 14 décembre 1728, un mardi.






Cool runnings,

Emmanuel


15 februari 2021

Opgravingen bij de buurtjes! *niet te ernstig nemen*


Vanmorgen in alle vroegte zijn opgravingen gestart bij mijn über-sympathieke overburen, een gezellig gezin waar altijd veel leven is. Mijn buurman, bij ons gemeenzaam "Buurman" genoemd, vertelde me dat ze een waterput willen boren maar ik geloofde hem nog niet zo direct. Enige mails en telefoontjes naar bevoegde instanties later kwam de ware toedracht van de werken aan het licht: "beste meneer, het terrein van uw buren ondergaat vandaag een archeologisch onderzoek". (foto 1)

Inderdaad, er zouden vandaag opgravingen gedaan worden in het kader van studies naar de Homo Claeysensis Mobilis, een tak van voorouders van zo'n 2 miljoen jaar geleden die zelf redelijk sedentair moet geweest zijn en zijn nederzettingen steeds volgens een vast patroon opstelde (foto 2), maar de meer nomadische, rondtrekkende, hominidae in transportmiddelen voorzag. Zo wordt bijvoorbeeld de uitvinding van het wiel, de automatische choke en de garagezeep aan hen toegeschreven, jawel.

De Homo Claeysensis Mobilis is niet helemaal uitgestorven maar zou nog nazaten hebben in de ruime regio rond Gent: Merelbeke, Wachtebeke en Heusden zijn de meest genoemde mogelijke vindplaatsen. Benieuwd dus of de mysterieuze opgravingen aan de overkant van mijn straat ons hierover iets meer kunnen vertellen...

Gespecialiseerde lectuur toonde voorheen al enkele artefacten die in Wachtebeke opgegraven werden (foto 3) maar dankzij de hulp van universiteiten en studenten archeologie konden vele stukken na lang opschoonwerk bijeengelegd worden (foto 4) zodat het publiek van vandaag kan zien hoe ver deze stam zijn tijd vooruit was.





Cool runnings,

Emmanuel







31 januari 2021

Voorouders, in steen gebeiteld (Des ancêtres, gravés dans la pierre)

 


Nicolas Trigalet en Cathérine Nopère, mijn voorouders in de 10de generatie huwden op 19 januari 1670 in Arquennes dicht bij Seneffe en Feluy, provincie Henegouwen.

De streek was vooral gekend voor haar steengroeven van blauwe steen of arduin.

Nicolas was net als zijn twee broers Mathieu en Arnold steenhouwer, een erg zwaar bestaan. Cathérine was dan weer de dochter van steengroeve-eigenaar Jérome Nopère, een man van best wel wat aanzien want hij was tevens burgemeester van het dorp. De Nopère’s waren steenhouwers en burgemeesters van vader op zoon gedurende vele generaties, ikzelf kwam al tot de betovergrootvader van Cathérine en dan spreken we over het Arquennes van 1563 toen Jehan “le vieil” Nopère er op 3 juni overleed. Net als enkele van zijn nazaten ligt hij begraven in de plaatselijke kerk. Allen waren ze eigenaar of huurder van hun steengroeve, stelden zo’n 20 man tewerk en exporteerden ver buiten de eigen regio. Dat ging met paard en kar maar dan enkel “à la bonne saison”, lente en zomer, want zo’n lading woog algauw 1500 kg en de wegen rond een groeve waren erbarmelijk slecht. Vaak werd echter gekozen voor platte schuiten over water al bestond het kanaal Charleroi-Brussel nog niet en gebruikte men omliggende rivieren. Zo weten we bijvoorbeeld dat die schuiten tot aan Brugge voeren en er de stenen voor o.a. statige burgerhuizen, kerken en het belfort leverden.

Op het belfort is nog steeds het steenhouwersmerk (nu zouden we dit logo noemen) te vinden dat de Nopère’s gedurende vijf generaties zouden gebruiken, samen met dat van andere leveranciers die vaak ook schoonfamilie waren: de Lisse’s en Wincqz onder andere. Ik wandelde onlangs met mijn lieve echtgenote door Brugge en vond er met veel emotie de fameuze merktekens: twee schuine lijnen en een dwarslijn. (foto 1)

De kleinzoon van Nicolas en Cathérine, Pierre Cornil Trigalet, besloot het half de jaren 1700 zelf te proberen en huurde een deel van de steengroeve genaamd “le Trou du Comte” (foto 3), een oppervlakte van 2,65 hectare. Pierre Cornil leverde o.a. aan het Brugse St.-Janshospitaal, grote burgershuizen, de Gentse Academie voor Taal en Letteren, … Ook zijn merktekens zijn aanwezig en heb ik gevonden: de initialen PCT. (foto 2)

Opeenvolgende oorlogen, de opkomende industrialisatie, verbetering van het wegennet maar gek genoeg later ook de uitbouw van de spoorwegen luidden stilaan het einde van de steengroeven uit de regio in, klanten hadden ineens veel meer keuze en prijzen daalden fors. De Nopère’s en Trigalet’s verdwenen uit de sector maar gelukkig voor mij of anderen niet uit de geschiedenis.

We hielden er unieke merktekens aan over, anekdotes.

En ik een grootmoeder uniek op alle vlak... *Fernande Trigalet*


Nicolas Trigalet et Cathérine Nopère, mes ancêtres dans la dixième génération, se mariaient le 19 janvier 1670 à Arquennes, non loin de Seneffe et Feluy dans le Hainaut.

La région etait surtout connue pour ses carrières de pierre bleue.

Nicolas, comme ses deux frères Mathieu et Arnold était tailleur de pierre, un métier extrêmement dur. Cathérine était la fille de propriétaire-exploitant de carrière Jérome Nopère, une figure assez importante puisqu’il était également maire du village. Les Nopère étaient tailleurs de pierre de père en fils pendant plusieurs générations. J’ai trouvé son arrière arrière grand-père, également tailleur de pierre et maire d’Arquennes Jehan “le vieil” Nopère, décédé en 1563. Il est enterré dans l’église du village, une partie de ses déscendants aussi. Ils étaient tous propriétaire-exploitant ou locataire de leur carrière, employaient une vingtaine de manouvriers et exportaient loin en dehors de la region Nivelloise. Le transport s’effectuait à cheval et chariot uniquement dans “la bonne saison”, printemps été, à cause des chemins en très mauvais état et remplis d’ ornières autour des carrières. N’oublions pas que ces charges pouvaient peser plus de 1500 kilos. Souvent ils faisaient le choix d’utiliser des barges. Le canal Charleroi-Bruxelles n’existant pas encore ils utilisaient les rivières pour se rendre en autre dans la region Brugeoise et y livrer leur merchandise utile à la construction des grandes maisons, églises et le Beffroi de Bruges. C’est là, à Bruges, où je me suis promené il y a quelques jours avec mon épouse et que j’ai cherché les marques lapidaires (de nos jours on dirait des logo’s) de mes ancêtres et c’est avec grande émotion que je les ai trouvé, gravés dans des pierres qui ont vu passer des millions de personnes. La marque que les Nopère ont utilisé pendant des générations, ainsi que les marques des autres fournisseurs, qui étaient parfois de la belle-famille.

Vers le milieu des années 1700 le petit-fils de Nicolas et Cathérine, Pierre Cornil Trigalet, décide de tenter sa chance et loue une partie de la carrière nommée “Le Trou du Comte” avec une superficie de 2,65 hectares. Pierre Cornil livre lui aussi à Bruges, entre autre à l’hôpital Saint-Jean, des maisons de maitres et au Grand Séminaire. A Gand on retrouve ses pièrres dans les murs de l’Academie des Langues et Litérature. Lui aussi signe son travail à l’aide de marques lapidaires, que j’ai également trouvé, les initiales PCT.

Les guerres consécutives, le début de l’industrialisation, l’amélioration des routes ainsi que l’évolution des chemins de fer annonçaient la fin de la belle époque des carriers dans la region, les clients ayant beaucoup plus de choix les prix diminuaient drastiquement. Les Trigalet et les Nopère disparaissaient petit à petit du métier mais non de l’histoire.

Ils nous ont laissé des signes, des marques, des anecdotes. 

Et pour moi une grand-mère unique en tout genre… *Fernande Trigalet*


Cool runnings,

Emmanuel